De Grift en het Apeldoorns Kanaal

Bevaarbaarheid
In het verleden vervulde de Grift niet alleen een belangrijke rol als "motor" voor de watermolens en wasplaatsen, maar had de beek ook een functie als lokale vaarweg. Lokaal omdat de Grift geen makkelijk bevaarbaar watertje was. In een akte uit 1619 werd de suggestie gedaan de Grift te kanaliseren en daarmee beter bevaarbaar te maken. Het duurde echter nog even voor het Hof van Gelderland hierover een concreet besluit nam. In een stuk uit 1630 klagen de ingezetenen van Epe en Heerde bij het Polderdistrict Veluwe over de bevaarbaarheid van de Grift. De Grift werd tussen beide plaatsen bevaren met platbodems om hout, turf, eek, steen, koren en andere goederen aan en af te voeren, maar dit werd door de slechte staat van onderhoud vrijwel onmogelijk gemaakt. De bruggen over het water waren te laag, waardoor de schepen slechts beperkt beladen konden worden. Daarnaast kon de Grift in de winter niet gebruikt worden. Het kruiende ijs stuwde zich dan tegen de lage bruggen omhoog en belemmerde zo de doorvaart. De walkanten van de Grift waren op sommige plaatsen begroeid met bomen en struiken. Zolang men stroomafwaarts voer, leverde dat geen problemen op. Zodra de schipper echter terug wilde, maakten de bomen en struiken op de walkanten van de Grift het vrijwel onmogelijk het jaagpad te gebruiken om het schip door paarden- of mankracht weer stroomopwaarts te trekken.

Tien jaar later werd door het Hof van Gelderland (het destijds hoogste bestuur in dit gewest) bepaald dat ('na verhoor van de belanghebbenden aan de amptsjonkeren en geërfden van Apeldoorn, Epe en Heerde, en aan de geërfden van het schependom Hattem, octrooi te verlenen, om op hunnen kosten de Grift voor schuiten bevaarbaar te maken:' Waarschijnlijk hadden de ingezetenen van de verschillende dorpen gehoopt dat het Hof zelf zou besluiten tot het bevaarbaar maken van de Grift. Het Hof had dan ook de kosten kunnen dragen. Daarnaast waren molenaars die afhankelijk waren van de waterkracht van de Grift niet al te happig op de voorgenomen bevaarbaarheid van het Griftwater. De plannen verdwenen dan ook voor lange tijd van tafel. 

Griftkanaal
In 1808 pakte Koning Lodewijk Napoleon de plannen weer op. Maar deze koning bleef slechts twee jaar in functie, waardoor de plannen niet veel verder uitgewerkt werden dan een kostenraming en wat opmetingen. Koning Willem I zette de plannen uiteindelijk wel door. Hij liet parallel aan de Grift een kanaal ontwerpen. Zo hield hij de molenaars tevreden en kwam toch tegemoet aan de wens van een vaarverbinding met de IJssel bij Hattem. Bouwmeester Hendrik Jan Lijsen werkte de plannen uit, zodat in 1825 bij de Deventerstaatweg in Apeldoorn de eerste spade de grond in ging. Met man en macht werd gegraven aan het 32 kilometer lange kanaal naast de Grift. In het voorjaar van 1829 was het zogeheten Griftkanaal gereed. Een vijftal schutsluizen en 27 bruggen waren aangelegd en de koning was een kwart miljoen gulden armer. Het Griftkanaal was echter een half kanaal, dat doodliep in de haven van Apeldoorn. Het rendeerde dan ook nauwelijks: slechts 760 schepen voeren er per jaar doorheen.

Apeldoorns kanaal
Plannen om het kanaal door te trekken naar Dieren waren dan ook snel geboren. In 1858 namen de werkzaamheden voor de verlenging van het kanaal een aanvang om acht jaar later bij de drietrapssluis in Dieren te eindigen.
Het kanaal voerde echter nauwelijks water, in ieder geval onvoldoende om goed bevaarbaar te zijn. In allerijl werd een viertal beken en sprengen (de Rijksbeek, een beek zuidelijk
van Loenen, de Vrijenbergerspreng, de Oosterhuizerspreng en de Zwaanspreng) gegraven en op het kanaal aangesloten.
Pas toen deze waterlopen gereed waren kon Het Apeldoorns Kanaal in gébruik genomen worden. Uiteindelijk rendeerde het kanaal als doorgaande vaarweg niet. Het noordelijk deel, het Griftkanaal, werd in 1962 voor de scheepvaart gesloten. Ruim tien jaar later gebeurde dit ook met het zuidelijk deel.

Bron: Terug naar de bron van de Grift door drs. M.C. de Vries

www.griftstate.com